De provincie Noord-Holland is positief over een tunnel bij Broek in Waterland, maar zoekt nog steeds naar geld. En dat doet de provincie nu al een paar jaar. Drie jaar geleden werden de kosten nog op 240 miljoen euro ingeschat, nu is dat opgelopen tot 318 miljoen euro.

De N247 wordt voller en voller. Met de komst van extra woningen in Monnickendam, Volendam en Broek in Waterland zal dat zeker niet minder worden. Vooral het dorp Broek in Waterland is een ‘bottleneck’ voor de ochtend- en avondspits. De dorpsraad is nu al jaren met de provincie een plan aan het smeden om dat op te lossen via een onderdoorgang.

Maandagavond werd een quickscan van het plan voor een tunnel onder het dorp positief ontvangen door de meeste partijen in de Provinciale Staten. Maar omdat de bodem in Waterland als ‘slap’ wordt bestempeld, is men bang voor extra risico’s en is er nog steeds geen echte beslissing gemaakt. Er komt nu weer een nieuwe studie naar het het langlopende project.

Geduld op de proef gesteld

Goof Buijs is als lid van de dorpsraad al dertien jaar aan het lobbyen om het verkeer in Broek in Waterland onder de grond te krijgen. “Ons geduld wordt op de proef gesteld”, aldus Buijs. Gisteravond sprak hij in tijdens een vergadering op het provinciehuis en is gematigd positief over de uitkomst. “Je ziet ze praten en positief zijn, jammer dat er dan toch weer een onderzoek komt”, laat hij weten.

Edwin Koene is de projectleider van het hele project en ziet de kosten ook oplopen. “De quickscan prijspijl is nu 318 miljoen als we over vijf jaar praten is er weer inflatie”, laat hij weten. “Dat is te zien in elk project. Kijk maar naar de Noord/Zuidlijn.”

Gedeputeerde Jeroen Olthof wil dat er goed gekeken wordt naar de flinke kosten van het project, maar laat weten dat het ook een langetermijninvestering is. Omdat het volgens de gedeputeerde nog lang duurt voor de eerste schep de grond in gaat, is er genoeg tijd om naar geld te zoeken.

De Vervoerregio Amsterdam en gemeenten willen samen 1% van de kosten bijdragen. Daarmee blijft circa € 300 miljoen voor rekening van de provincie.

Geen weg terug

De provincie heeft in het verleden voorgesteld om de kosten te verdelen tussen het rijk, de vervoersregio en de provincie Noord-Holland. “Toen was er nog hoop op een bijdrage van het rijk, maar dat is nu een slechte partner die aan het bezuinigen is”, aldus projectleider Koene. “Dit soort projecten sneuvelen eerder als het aan het rijk ligt.” De nieuwe onderzoeken hebben profijt bij verdere ontwikkeling, volgens Koene. “Maar of er dan snel een besluit komt durf ik niet te zeggen.”

In 2023 waarschuwde dorpsraad-lid Buijs al voor oplopende kosten van het project. “Het stond in coalitieakkoord, maar wat gebeurt er nu”, vroeg hij zich af. “Het goede nieuws is dat er geen weg terug is”, meent Buijs. “Omdat niemand heeft gezegd: ‘we doen het niet’.”

Waar en wanneer het geld dan echt op tafel komt, blijft een hete aardappel die door de provincie vooruit lijkt te worden geschoven. Toch is het volgens de projectleider niet ongewoon dat het geduld op de proef wordt gesteld. “En simpel project duurt al snel vijf tot zes jaar. En dit is best een complex project waar veel financiële kosten aan zit. Plus alle belangen van bewoners, weggebruikers en provincie.”