De Vervoerregio Amsterdam komt met een verbeterde aanpak voor haltetoegankelijkheid. De afgelopen jaren paste de Vervoerregio samen met haar gemeenten al veel haltes aan om volledig aan alle landelijke toegankelijkheidsnormen te voldoen. Hierbij zijn de makkelijkste haltes aangepakt, de moeilijkere zijn nog over.

Het nieuwe Programma Haltetoegankelijkheid zet de reiziger meer centraal door per halte te kijken wat mogelijk is, voor wie en op welke manier.

De Vervoerregio richt zich voortaan op vier doelgroepen met specifieke toegankelijkheidsvragen (auditief, cognitief, motorisch en visueel) en bijbehorende maatregelen zoals bijvoorbeeld geleidelijnen of obstakelvrije perrons. Op basis van locatiecriteria zoals ‘belangrijke voorzieningen in de omgeving’, of ‘overstapmogelijkheid’ en ‘reizigersaantal’ wordt bepaald welke aanpassingen op welke locaties de grootste impact hebben. Daarnaast is er aandacht voor eerlijke communicatie over wat financieel of ruimtelijk niet haalbaar is, zodat reizigers weten waar ze aan toe zijn.

Elise Moeskops, voorzitter Vervoerregio: “Iedereen zou met het openbaar vervoer moeten kunnen reizen. Een toegankelijke halte is daarbij een belangrijke voorwaarde. De realiteit is helaas dat er niet genoeg geld en ruimte is om alle bestaande haltes volledig toegankelijk te maken. Daar moeten we gewoon eerlijk in zijn. Met onze nieuwe aanpak focussen we op wat wel kan en geven we prioriteit aan plekken waar de impact het grootst is, zoals een halte bij een medisch centrum. Zo zorgen we ervoor dat onze inzet zoveel mogelijk reizigers helpt.”

Gemeenten zijn als wegbeheerder verantwoordelijk voor bushaltes en voor het toegankelijker maken daarvan. De Vervoerregio blijft haar gemeenten de komende jaren tegemoetkomen met een financiële bijdrage van 95% van de kosten voor het toegankelijker maken van haltes.