Vijf glas-in-loodramen van Theo van Doesburg uit Museum de Lakenhal zijn onterecht verwijderd uit de burgemeesterswoning in Broek in Waterland. Dat is de conclusie van een onderzoek van Dirk van Vliet. Maar het museum is voorlopig niet van plan de kunstwerken terug te geven.
Duidelijk is dat het verwijderen van de ramen destijds niet had gemogen. Het huis viel toen al onder beschermd dorpsgezicht en een benodigde vergunning voor het verwijderen ontbrak. Bovendien stond het op de nominatie om een gemeentelijk monument te worden.
Dat blijkt uit onderzoek van Dirk van Vliet. Dit jaar kwam hij met hartklachten thuis te zitten. Na een glas-in-loodcursus stortte hij zich op de vraag waarom de ramen uit de burgemeesterswoning van Broek in Waterland zijn verwijderd. Zijn bevindingen publiceerde hij in het blad Broeker Bijdragen van de Historische Vereniging Broek in Waterland.
Deze glas-in-loodramen zijn gemaakt door kunstenaar Theo van Doesburg, onderdeel van kunstenaarsstroming De Stijl. Hij voltooide het kunstwerk in 1917 in opdracht van de ontwerper van de burgemeesterswoning, Ko Oud. De ambtswoning en de glas-in-loodramen hoorden bij elkaar, in de kunstenaarswereld een ‘Gesamtkunstwerk’ genoemd.
Koopsom van 70.000 euro
Even terug naar het begin. In de zomer van 2000 kreeg de gemeente Waterland signalen dat de bijzondere ramen uit het huis waren verwijderd, blijkt uit het onderzoek van Van Vliet. De bewoner van het huis was overleden en de erfgenamen boden de ramen te koop aan, onder andere bij het Kröller Müller Museum en veilinghuis Sotheby’s Amsterdam. De gemeente Waterland schreef de erfgenamen dat hier iets fout was gegaan, en eiste dat de ramen terug geplaatst zouden worden. Maar dat gebeurde niet. De erfgenamen namen een advocaat in de arm en de gemeente leek daarna niet veel actie te ondernemen.
In 2001, dus toen het al te laat was, werd het huis pas aangewezen als gemeentelijk monument. Zónder historische glas-in-loodramen dus. Later doken die ramen ineens op in Museum De Lakenhal. Die had het kunstwerk in augustus 2002 aangeschaft via veilinghuis Christie’s, voor 70.000 euro. De aankoop werd gedaan met steun van de Vereniging van Belangstellenden in Museum De Lakenhal en de Vereniging Rembrandt met hulp van het Prins Bernhard Cultuurfonds.
Wist museum ervan?
Maar wist het museum dat de ramen eigenlijk in Broek in Waterland thuishoorden, of dat er een juridische strijd tussen de gemeente Waterland en de erfgenamen was? Dat is niet aangetoond in het onderzoek.
“Ik vind dat ook niet terug”, zegt museumdirecteur Elstgeest. “Ik heb ook de toenmalig directeur Jetteke Bolten daarover gesproken en zij herinnert het zich dat ook niet. Maar ja, het is wel meer dan 20 jaar geleden en ik was er niet bij.”
Gesamtkunstwerk
Volgens Van Vliet is het vooral vanuit kunsthistorisch perspectief doodzonde dat de ramen zijn verwijderd. “Het is niet zomaar iets, maar een uniek kunstwerk op een unieke plaats. Het heeft waarde, op die plek. Dat is wat het woord ‘Gesamtkunstwerk’ betekent. De spanning tussen het gebouw en dat raam, dat maakt het tot een unieke optelsom. Door dat uit zijn context te halen en in een museum te hangen, verliest het zijn waarde.”
Dat ziet museumdirecteur Tanja Elstgeest ook, zegt ze in gesprek met NH. “Het is jammer dat het in de tijd zo is gegaan. Het is altijd goed als erfgoed zoveel mogelijk bewaard blijft op de manier waarop het ooit bedoeld is.”
En nu? NH heeft contact gezocht met de huidige bewoner van het huis. Hij weet van het onderzoek, maar wil niet in de publiciteit. Hij laat weten dat een scenario waarin de ramen weer teruggeplaatst zouden worden in het burgemeestershuis tot nu toe nooit door zijn hoofd is geschoten. De bewoner laat in het midden of hij dat überhaupt wil.
Als het aan museumdirecteur Elstgeest ligt, gaat dat ook niet gebeuren. “Als er echt juridische redenen voor zijn om een stuk terug te geven aan de oorspronkelijke eigenaren, dan werken we daar natuurlijk in mee. Dat zie je met roofkunst en dat zie je rond de Tweede Wereldoorlog en in het koloniale verleden. In dit geval vind ik dat niet heel logisch en zie ik daar ook nog geen aanleiding voor.”
De directeur sluit niet uit dat het museum de mening herziet als er andere stukken naar boven komen waaruit blijkt dat het museum destijds onrechtmatig heeft gehandeld. Van Vliet is van mening dat de vraag of de ramen teruggeplaatst moeten worden niet alleen een juridische is, maar ook een morele. “Ik hoop dat die ramen ooit terugkomen.”
