Herdenk nu, alleen even
Wanneer vorig leven in het naamloze verdwijnt
En ons in woord niet meer lijkt dan enge pijn
Dan rooit hun zaad en daarmee wat onze toekomst is
en sterft de eer om ook hún verleden te zijn
Wanneer ons kompas tolt in ongrijpbare verte
En nergens meer maalt om gewicht en maat
kartelt het zichtbare als een afgebroken dolk
de zware lettergreep uit onze ruggegraat
Wanneer ons pendulum zwiert naar vergelijking
En werkelijkheid dekking vindt achter zwevend
spook in gehesen vlag, waarvan kleur niet meer
weg te geven is, en dagen van komen niet meer mag
Herdenk ook dan, alleen even
Dat wat je uitgumt altijd blijft zweven
in het onzichtbare van waaruit wij zijn opgebouwd
en dat weer als zaad zal worden doorvertrouwd
om uit ons dikke hout woord en leven te geven
Dat uit dat binnenste waterland groeit, onze
stamwortel van kleine daden, dat zo groots
de dijk vormt van ons pad naar later, hoog
torend boven onkruid van de kwade prater
Dat wij uit stoere armen ogen baren
van mooie morgens, die bruis zien in het groen
van natuurtrouwe vaart, en in golvende bouw
ons levenslied vertalen, lyriek in watermaat
Dat wij elkaar kunnen voelen, een blik, een aai,
een traan die losschiet, het gekoesterde gebaar
waarin je de oorsprong van onze betekenis ziet
Gemeente in menselijkheid, zonder welke niet
Herdenk dus altijd, alleen even
Want doden, ze zijn er langer dan dat wij leven
Omarm de lessen van ons toekomstig verleden
En weet, door ieder woord sluipt hun eendracht
Tot zo ver boven onze bewijskracht
Evert Smit, Dichter des Waterlands